Onderweg naar ergens maar niet hier

En terwijl, geheel terloops, het landschap aan een rotvaart voorbijraast, de regen genadeloos tegen de vuile ramen slaat en er schrijlings afdruipt, wordt zij, achteloos, op het glazen canvas geprojecteerd.

Ze beweegt: gracieus, met de druppels mee, naakt en onomwonden sensueel.
Ze lacht: schalks, en niet een tikkeltje uitdagend, wenkt me dichterbij te komen.

De muffe ruimte laat zich, als een donderslag bij heldere hemel, naar jasmijn en rozemarijn en tijm geuren – Scarborough Fair in’t klein, zonder de luidruchtige venters – enkel zij en hoe ze me met haar blik, haar bewegingen, elke perfecte ronding van haar lichaam, gevangen houdt.
Gewillig.
Protesteren, laat staan actief tegengaan, zelfs in de verste verte niet eens het begin van een gedachte.

Om dan: gebiologeerd zie ik hoe haar vingers haar lichaam strelen. Hoe ze ze tergend traag van haar hals naar haar borsten laat glijden; een eeuwigheid in vloeibaar glas gevangen, laat ze me toe haar zonder schroom te omarmen.

Ze knipoogt terwijl haar hand over haar buik zich richting venusheuvel beweegt. En verder, de binnenkant van haar lies, haar dijen, haar lippen, lacht ze, bloedmooi, om plotsklaps, even achteloos als ze verscheen, even achteloos weer te verdwijnen.

De regen raast en blaast en verdrinkt het zicht naar buiten te kijken.

Plaats een reactie

Site gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑