Klank en patroonherkenning

Vooruitlopend op een te komen traktaat over hedendaagse kunstmuziek, compositie en structuur.

 

 

Muziek is boven alles perceptie.

The mystery is not why some types of music are ‘hard’ to understand, but why we can make sense of any music at all. […] our brains must work clever magic: deciding how to group harmonics into single notes, how to determine a tonal centre, how to break up the melody into phrases.[1]

Het feit dat we uit auditieve stimuli muziek kunnen destilleren is al een klein mirakel op zich. Het hele brein komt aan bod, meer zelfs, moet aan bod komen, anders lukt het gewoon niet.

We humans are a musical species no less than a linguistic one. […] Our auditory systems, our nervous systems, are indeed exquisitely tuned for music. How much this is due to the intrinsic characteristics of music itself – its complex sonic patterns woven in time, its logic, its momentum, its unbreakable sequences, its insistent rhythms and repetitions, the mysterious way in which it embodies emotion and “will” – and how much to special resonances, synchronizations, oscillations, mutual excitations, or feedbacks in the immensely complex, multilevel neural circuitry that underlies musical perception and replay, we do not yet know.[2]

Hoe zorgt ons brein er dan voor dat we toch een betekenis kunnen geven aan al deze verschillende stimuli? De sleutel ligt, zoals steeds, in onszelf. Wij zijn namelijk zeer adept in het vinden van patronen en het vinden en maken van associaties; wat hoort bij wat?

The mind will tend to apprehend a group of stimuli as a pattern or shape if there is any possible way of relating the stimuli to one another.[3]

We laten zelfs een vrij grote marge voor fouten indien dit het patroon duidelijker maakt. Dit is een vrij bekend fenomeen, vooral bekend uit de gestaltpsychologie. Het belangrijkste gegeven van de gestaltpsychologie is de wet van Prägnanz. Datgene wat de minste cognitieve inspanning kost gaat voor, met andere woorden, hoe simpeler we het voor onszelf kunnen maken, hoe liever. De hele gestaltpsychologie is gebaseerd op het holistisch principe dat het geheel meer is dan de delen apart. Als voorbeeld kan het zicht nog het best dienen. Kijken we bijvoorbeeld naar een foto op onze computer dan zien we in feite duizenden verschillende pixels. Nu zou het erg nadelig voor ons zijn om al deze pixels apart waar te nemen, daarom maken onze hersenen er een geheel van. We generaliseren dat het een lieve deugd is. Een kind kan een kat tekenen die hoegenaamd niet op het beestje zelf lijkt, toch zullen we er een kat in herkennen.

De wet van Prägnanz kunnen we verder verfijnen in andere wetten; de wet van gelijkenis; de wet van dichtbijheid; de wet van continuïteit; de wet van gemeenschappelijke bestemming. Deze verschillende weten kunnen met elkaar in conflict treden, toch zal er steeds één de dominante worden, al is het maar voor even. Ambiguïteit is iets waar ons brein het erg moeilijk mee heeft.[4]

Al deze principes – wetten – kunnen toegepast worden op muziek. Dezelfde principes gebruiken we om orde te brengen in het overweldigende aanbod van muzikale stimuli. Bepaalde principes nemen de overhand waardoor we de toonaard of het tempo kunnen bepalen. Deze elementen kunnen versterkt of tegengesproken worden door andere muzikale elementen. Zo moeten we steeds onze interpretatie aanpassen aan wat we te horen krijgen.

Het is niet zo moeilijk dit voor te stellen. Een noot is eigenlijk niet meer dan een bundeling van een grondtoon met een heel aantal boventonen, toch maakt ons brein er bewust één geheel van. Het groeperen en samenvoegen van geluid is iets wat het brein opzettelijk doet. Bij muziek komt deze gewoonte uitermate van pas. In zijn boek Musicophilia beschrijft Oliver Sacks een patiënte die, na het oplopen van een hoofdtrauma, het vermogen verloren had om harmonie te horen. Bij het luisteren naar een strijkkwartet kon ze de stemmen niet meer samenvoegen, ze beschrijft haar luisterervaring als vier scherpe laserstralen die allen uit verschillende richtingen komen. Als ze naar orkestmuziek luisterde waren er het wel twintig. De patiënte was niet langer in staat om van de verschillende delen één geheel te maken. Een ware kwelling.

Betekenis zoeken in muziek, muziek begrijpen in het algemeen, wordt een erg moeilijke taak, en toch slagen we er wonderwel in. De belangrijkste factor in deze blijkt toonhoogte te zijn. Als alles tot een geheel zou vormen dan wordt het erg moeilijk om een melodie te onderscheiden. Componisten gebruiken dan ook allerlei ‘truken’ om ze er toch uit te laten komen. De melodie zal bijvoorbeeld hoger komen te liggen dan de begeleidende harmonie. Moesten we twee verschillende melodieën ter zelfde tijd spelen, op dezelfde toonhoogte, dan wordt het wel erg moeilijk deze van elkaar te onderscheiden, ze mengen en worden één geheel. Laten we echter een octaaf tussen de twee, dan zijn ze weer duidelijk herkenbaar als zijnde twee aparte melodieën. Dit lijkt enorm raar, zeker moesten we het naar taal vertalen:

To the be lord or is not my to shepherd be, I that shall is not the want question.

Twee verschillende zinnen samengevoegd. Ja, ze zijn uit elkaar te halen, maar met de grootste moeite. In muziek doen we dit echter spontaan. Het toont niet enkel aan hoezeer ons brein zijn best doet om patronen te herkennen in auditieve stimuli, maar bovenal hoeveel hulp het krijgt van de toonhoogte. Lees nu nogmaals:

 To the be lord or is not my to shepherd be, I that shall is not the want question.[5]

Het wordt nu veel gemakkelijker om de aparte zinnen van elkaar te onderscheiden. Muzikanten gebruiken uiteraard nog andere middelen om een zin uit een geheel te laten komen. Een solist zal dikwijls apart van het orkest staan en instrumentalisten die een instrument bespelen zonder een vaste toonhoogte[6] zullen hun solos vaak een klein beetje te hoog spelen. Niet zoveel zodat het vals klinkt maar genoeg om de boventonen een klein beetje apart te zetten van die van het orkest. Het oor en het brein beslist wat gehoord zal worden en dikwijls is dit toonhoogte.

It is all too easy for composers to think that, because they have planned a certain musical structure, it will be heard; what determines that however, is not the score but the principles of auditory cognition.[7]

Daarom ook dat modernere muziek vaak een acquired taste is. Het normale groeperen volgens melodie of cadens valt weg en het brein zoekt, tevergeefs, naar – tonale – herkenningspunten. Een andere manier van luisteren zal noodzakelijk zijn om deze muziek te interpreteren.

 

 

 

 

[1] Ball P.(2010), The music Instinct.
[2] Sacks O.(2007), Musicophilia, tales of music and the brain.
[3] Meyer L. (1956). Emotion and Meaning in Music.
[4] De wet van gelijkenis        De wet van dichtbijheid               Ambiguïteit.

Untitled

[5] Ball P.(2010), The music Instinct.
[6] Zoals bijvoorbeeld de piano.
[7] Ball P.(2010), The music Instinct.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: